vaandel


Dit is het loflied van de schepselen, dat de heilige Franciscus tot lof en eer van God gemaakt heeft toen hij ziek lag in San Damiano."

In 2007 wijdde ik twee artikelen aan het Zonnelied: Gaandeweg verbonden geraakt: hoe komt Franciscus tot zijn Zonnelied? in: Eenvoudig verbonden: Bijdragen aan franciscaanse milieu-spiritualiteit, Valkhof Pers Nijmegen 2007. Voor bestellen klik hier, en:
De vreugde te bestaan: Het 'Lied van broeder zon' en mijn verhouding tot de natuur
, in Franciscaans Leven 90 (2007) 47-50.
Onderaan de pagina vindt u de Nederlandse versie van het Zonnelied van Angelo Branduardi overgenomen van Youtube.

bedelende Franciscus
Tekening van Felix Timmermans

Een West-Vlaamse versie van het Zonnelied:

Klein Zonneliedje

Och Vader hierboven, zorgt goed voor de zunne
die ons verwarmt en ook alles laat zien.
Die schittert en schinkt, ons vel soms verminkt,
voor dat mysterie val ik op mijn knien.

Och Vader hierboven, zorgt goed voor de mane,
en ook voor de sterren daar aan 't firmament.
Laat in de donkerste pekzwarte nachten,
een klein lichtje branden, ja we zijn dat gewend.

Och Vader hierboven, zorgt goed voor de wind
die ritselt in 't koren of briest aan de zee.
Voor kwakkel en kraai, valk of Vlaamse gaai,
zelfs ons gedachten vliegen ermee.

Och Vader hierboven, zorgt goed voor het water
zo helder en bruisend, zo klaar en zo nat.
Onmisbaar voor vissers, boeren en brouwers,
want wat smaakt er beter dan een slokje van 't vat.

Och Vader hierboven, zorgt goed voor het vuur
verwarmt mijn handen, mijn hart en mijn huis.
Vlammen verjagen, soms last niet te dragen,
Vader verlos ons van kwaad en van kruis.

Och Vader hierboven, zorgt goed voor moeder aarde,
ze draagt al uw schepsels met eindeloos geduld.
Door 't werk van handen, soms in arme landen
raakt de spaarpot en onze buik goed gevuld.

Och Vader hierboven, zorgt goed voor joen mensen,
voor broere, voor zuster, en ook voor het kind.
Ziet ons hier vluchten, wroeten en zuchten,
Vader, 't is t'hopen dat je 't de moeite nog vindt.

Och Vader hierboven, straks ga ik dood,
zorgt voor mijn ziele dat ze nooit meer verdwaalt.
En als ik soms peis op die allerlaatste reis,
droom ik dat 't leven zich eindeloos herhaalt.

Och Vader, hierboven, zorgt goed voor Franciscus.
Laat hem weer eten van joen dagelijks brood.
Maar zend hem nooit alleen hier beneden,
want wie weet verschiet hij zich dood.
Luc De Clercq
Assisi, juli 1997

Het Lied van Broeder Zon


LAUDES CREATURARUM

1 Altissimu onnipotente bon signore,
tue so le laude, la gloria e l'onore et onne benedictione.
2 Ad te solo, altissimo, se konfano,
ed nullu homo ene dignu te mentovare.
3 Laudato sie, mi signore, cun tucte le tue creature,
spetialmente messor lo frate sole,
lo quale' iorno, et allumini noi per loi.
4 Et ellu bellu e radiante con grande splendore,
de te, altissimo, porta significatione.
5 Laudato si, mi signore, per sora luna e le stelle,
in celu l'i formate clarite et pretiose et belle.


6 Laudato si, mi signore, per frate vento,
et per aere et nubilo et sereno et omne tempo,
per lo quale a le tue creature dai sustentamento.
7 Laudato si, mi signore, per sor aqua,
la quale molto utile et humile et pretiosa et casta.
8 Laudato si, mi signore, per frate focu,
per lo quale enn'allumini la nocte,
ed ello bello et iocundo et robustoso et forte.
9 Laudato si, mi signore, per sora nostra matre terra,
la quale ne sustenta et governa,
et produce diversi fructi con coloriti flori et herba.


10 Laudato si, mi signore, per quelli ke perdonano
per lo tuo amore, et sostengo infirmitate et tribulatione.
11 Beati quelli ke 'l sosterrano in pace,
ka da te, altissimo, sirano incoronati.
12 Laudato si, mi signore, per sora nostra morte corporale,
da la quale nullu homo vivente po' skappare.
13 Guai a quelli, ke morrano ne le peccata mortali:
beati quelle ke trovar ne le tue sanctissime voluntati,
ka la morte secunda nol farr male.
14 Laudate et benedicete mi signore,
et rengratiate et serviateli cun grande humilitate. top

LOFZANG VAN DE SCHEPSELEN

1 Allerhoogste, almachtige, goede Heer,
van U zijn de lof, de roem, de eer en alle zegening.
2 U alleen, Allerhoogste, komen zij toe
en geen mens is waardig U te noemen.
3 Geloofd zijt Gij, mijn Heer, met al uw schepselen,
vooral heer broeder zon,
die de dag is, en door wie Gij ons verlicht.
4 En hij is mooi en stralend met grote luister.
Van U, Allerhoogste, draagt hij het zinnebeeld.
5 Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door zuster maan en de sterren.
Aan de hemel hebt Gij ze gemaakt, schitterend, kostbaar en mooi.


6 Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door broeder wind
en door de lucht en de wolken, het helder weer en ieder jaargetijde,
waardoor Gij uw schepselen in leven houdt.
7 Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door zuster water,
die heel nuttig is, nederig, kostbaar en kuis.
8 Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door broeder vuur,
door wie Gij voor ons de nacht verlicht.
En hij is mooi en vrolijk, stoer en sterk.
9 Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door zuster aarde, onze moeder
die ons in leven houdt en leidt
en allerlei gewassen met kleurige bloemen en kruiden voortbrengt.


10 Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door hen die vergiffenis schenken
door uw liefde en ziekte en verdrukking dragen.
11 Gelukkig zij die dat dragen in vrede,
want door U, Allerhoogste, zullen zij worden gekroond.
12 Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door onze zuster de lichamelijke dood,
waaraan geen levend mens ontsnappen kan.
13 Wee hen die sterven in doodzonde.
Gelukkig wie zij aantreft in uw allerheiligste wil,
want de tweede dood zal hun geen kwaad doen.
14 Loof en zegen mijn Heer
en dank en dien Hem met grote nederigheid.

Enkele Opmerkingen over
de Opbouw van dit Lied

De lofzang van de schepselen bestaat uit 33 regels; zoveel regels als het aantal jaren dat de Heer, in wiens voetstappen Franciscus wilde treden, volgens de traditie geleefd heeft. Die 33 regels zijn verdeeld over 14 verzen het is dat de kruisweg van veertien staties, in de tijd van Franciscus nog niet bestond, maar anders ...
De lofzang bestaat uit drie gelijke strofen van 11 regels:
* de eerste strofe (vers 1 tot en met 5) handelt over de Allerhoogste en de hemelregionen;
* de tweede strofe (vers 6 tot en met 9) handelt over de vier klassieke elementen;
* de derde strofe (vers 10 tot en met 14) handelt over de mens en zijn bestemming.
De beginletters van de eerste twee woorden (Altissimu Omnipotente) verwijzen misschien naar de Alpha en de Omega, de eerste en de laatste (letters van het griekse alfabet).
De eerste drie woorden en de laatste regel verwijzen chiastisch (in de vorm van een kruisstelling) naar elkaar:
* ten opzichte van de Allerhoogste past nederigheid;
* de Almachtige verdient het gediend te worden;
* aan de Goede geef je alles in dank terug.
Als je deze woorden verbindt, wordt het lied bijeengehouden door het Xp-monogram: Xp.
De lofzang begint boven en daalt via de elementen trapsgewijs af naar de aarde, waar de mens zijn plaats heeft (humus humilitate).
De elementen worden aangesproken als 'broeder' en 'zuster'; daarmee verschijnen de andere schepselen als partners. De eerste (broeder zon) en de laatste (zuster aarde) van de zes verwijzen als 'heer' en 'moeder' naar elkaar. De twee grote kosmische werkelijkheden horen bij elkaar. Tussen deze heerbroeder en moederzuster liggen de andere warm en veilig ingebed.

De verschillende broeders en zusters komen paarsgewijze naar voren: het gaat bij de zes elementen die genoemd worden, om drie paren.
Alle elementen worden ieder afzonderlijk rijk gekwalificeerd: vrolijk, kostbaar, zuiver, nuttig etc. De drie elementen (zon, maan en sterren, vuur) die licht verspreiden, worden 'mooi' genoemd.
Ook de mens wordt gekwalificeerd: het gaat om de mens die gelooft in de vergeving van de zonden (10), de verrijzenis van het lichaam (12) en het eeuwig leven (13). Het gaat om de boetvaardige mens, de mens die bereid is steeds weer opnieuw te beginnen, zicht om te keren en terug te keren naar de Bron van al wat bestaat, die ons in al zijn schepselen zo rakelings nabij is.
De oorspronkelijke tekst is Umbrisch, net als de enkele jaren geleden teruggevonden lofzang voor de Arme Vrouwen. De 'ongeletterde' Franciscus wendt zich in hun eigen taal tot het volk.

De vertaling die Branduardi zingt:
Enkel U komt toe, o Heer, alle glorie, alle eer.
Goede Vader, wees gezegend en geloofd.
Enkel U wordt niet te licht het allergrootste toegedicht
en wij buigen voor U nederig het hoofd.
Wees geprezen, goede Heer, en uw schepping evenzeer.
Zuster Zon haar licht en helend-warme stralen.
‘t Is een wonder, wis en waar, dat U ons verlicht door haar,
moge zij uw goedheid naar ons toe vertalen.
Wees geloofd voor Zuster Maan en de sterren die er staan
en de nacht hun klaar en helder schijnsel geven.
Wees geloofd voor Broeder Wind, die in wolken regen vindt
en verspreidt opdat uw schepping moge leven.
Wes geprezen, goede Vader, voor het koele reine water,
Dat ons laaft en wast en droogte doet verdwijnen.
Wees geloofd ook voor het vuur, dat ons warmt in ‘t late uur
En zijn vreugde en zijn kracht op ons laat schijnen.
Wees geprezen, o mijn Hoeder, voor de Aarde onze moeder,
die ons koestert en ons dierbaar leven geeft,
vruchten vol van smaak en geuren,bloemen weelderig van kleuren
en de bomen en het gras en al wat leeft.
Wees geloofd voor hen die leven in uw liefde en vergeven,
ook als onrecht en ellende hen dan honen,
en gezegend ook diegenen, die door vrede te verlenen,
zich voor U, o Vader, mogen laten kronen.
Wees geprezen, o mijn Heer, voor ons lichaam broos en teer,
dat de Dood van ‘t leven zomaar kan bestelen,
want gezegend zijn ook dezen, die de Dood niet moeten vrezen,
omdat zij voor altijd in uw liefde delen.
22.04.12   top